I am the Son of Han

Hans Croon (Son of Han) en Han Croon

Ik ben de zoon van Johan Harm Croon, roepnaam Han Croon, echtgenoot van Leny, leraar oude talen en klassieke oudheid en schrijver van het onvolprezen standaardwerk “De antieke beschaving in hoofdlijnen”. Generaties gymnasiasten kenden dat boek als “C&A”: kort voor Croon & Van Aken. Dr. A.R.A. van Aken zorgde voor de illustraties. 

Han Croon was een goede vader. Wel een van de oude stempel – de tijd waarin ouders nog niet perse beste maatjes met hun kroost hoefden te worden. Hij was zoals de titel van het boek: “antiek beschaafd in hoofdlijnen” – erudiet, mild, verstrooid, serieus, nieuwsgierig, matig in alles. Han Croon had geen zintuig voor de pesterijtjes waar iedere leraar vroeg of laat mee te maken krijgt. De gehaaide leerlingen die hem in de loop van de jaren probeerden pootje te lichten kregen geen vat op hem: hij bleef ongenaakbaar dankzij een sociaal pantser.

Als jongens van twaalf, dertien gingen Bert en ik een keer met hem mee op een excursie van zijn vierde klas gymnasium, naar het Leidse Museum voor Oudheidkunde. Mijn vader liep voorop en vertelde honderduit over de klassieke goden en heldensagen waaraan hij zijn leven had gewijd. Een klein groepje geïnteresseerden dromde om hem heen. Daarachter sloften Bert en ik mee met een flinke groep pubers die -eufemistisch uitgedrukt- niet uit volle overtuiging voor Latijn en Grieks hadden gekozen. Bij elke uitleg die mijn vader gaf bij een beeld of mozaïek werd uit onze groep iets snedigs teruggekaatst, onder luid gejoel van de horde meehuilende wolven. Ik zakte door de grond van plaatsvervangende schaamte. Maar gek genoeg, gaandeweg veranderde dat. Dat kwam omdat mijn vader zich niets aantrok van het geplaag. Niet omdat hij er zogenaamd boven stond en zich niet wilde laten kennen, maar omdat hij het werkelijk niet merkte. Zo gefascineerd was hij door de kunstschatten, dat zijn hoofd in een wolk stak die hem beschermde tegen de flauwe grapjes van zijn bijdehante vierdeklassers.

Voor aanvang van dit tripje had ik verwacht dat papa, door zijn onhandigheid, weerloos zou zijn tegen de muitende meute. Nu zag ik dat hij er immuun voor was. En het drong tot me door dat de jongens en meisjes om ons heen het ondanks hun grappen en grollen alles bij elkaar tamelijk onschuldig hielden, uit respect voor de hartstocht waarmee de leraar zijn kennis onverstoorbaar bleef uitventen.

Tegen de tijd dat wij het Rapenburg weer op liepen had mijn gêne plaatsgemaakt voor een hernieuwde trots op mijn vader, die weliswaar nauwelijks orde kon houden, maar zijn gebrek aan sociaal raffinement ruimschoots compenseerde met een aanstekelijke liefde voor zijn vak, waar zelfs de meest vileine vierdeklasser niet omheen kon. Zo wil ik ook zijn. Wacht even, zo ben ik.

Ik heb me vaak afgevraagd hoe hij de jaren na zijn overlijden in 2001 zou hebben ervaren: 9/11, de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de verruwing van het publieke debat. Ik denk dat hij zich nog dieper in het werk van Homerus en Dante had begraven.

Over mijn vader schreef ik in 2016 het liedje Father dat verscheen op Four. Nu heb ik een artiestennaam die hem eert. I am the Son of Han.

2 november 2019


 

Terug baar de blogpagina

 

Share this on:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.