Reigers

Vier reigers, gefotografeerd door Jantje Geldof

Ik was een jaar of 8 en mijn eerste spreekbeurt zou over reigers gaan. Wie mij kent, weet dat de voorbereiding toen al grondig was. Goedbedoelde adviezen van ouders en broers werden in de wind geslagen. Heb je hardop geoefend? Is hij lang genoeg? Allemaal niet nodig, het zou een boeiende spreekbeurt worden over die indrukwekkende vogels. Mijn verhaal steunde op drie belangrijke pijlers. Ten eerste: er zijn heel veel soorten reigers. Ten tweede: als reigers vliegen, krommen zij hun nek. Dat is uniek. Ten derde: op het braakliggende terrein tegenover de Herman Heijermansschool heeft een paar weken geleden in het gebladerte een reigerpaartje gebroed. Je kon niet bij het nest komen want dan werden ze boos.

Toen de juf mij voor de klas vroeg en vertelde dat mijn spreekbeurt over reigers zou gaan werd ik een beetje ongerust. Onbedoeld maaide ze het gras voor mijn voeten weg. Dat was namelijk mijn eerste zin. Hakkelend herhaalde ik die, waarna ik uitlegde dat er heel veel soorten reigers zijn (de eerste pijler) en dat ze in vliegstand een kromme hals hebben (de tweede pijler). Het ging goed, mijn klasgenootjes hingen aan mijn lippen. Terwijl ik mijn verhaal vervolgde durfde ik zelfs de meisjes aan te kijken. Maar dat daar buiten, vlakbij de school, een paar blauwe reigers was neergestreken om een nest te bouwen (de derde pijler) leek niet iedereen te imponeren. Ik wees nog eens, en een paar vrienden volgde mijn blik. Er was geen reiger te zien. Dat had ik ook niet beweerd. ‘Je kon niet bij het nest komen want dan werden ze boos’, zei ik.

Langzaam bekroop mij een lichte paniek. Mijn nek voelde vochtig. Mijn tekst was op. Nu al. Ik keek naar de juf. Zij voelde dat ik een zetje nodig had. ‘Wat leuk Hans’, zei ze. ‘Weet je ook wat reigers eten?’ ‘Ja, brood’, antwoordde ik, opgelucht dat dat er zomaar uit kwam. En toen: ’In de dierentuin van Lima, de hoofdstad van Peru, hebben ze zeldzame gouden reigers.’ ‘O ja?’ zei de juf verrast. ‘Waar heb je dat gehoord?’ ‘Heb ik gelezen juf’. Wat natuurlijk bluf was. Na afloop werd ik door iedereen gecomplimenteerd. Het was een beetje kort geweest, dat wel.

Over de hoes van Enter Sanctuary hebben we een tijd nagedacht. Het nummer gaat over territoriumdrift, muren bouwen, de ander de toegang tot jouw geprivilegieerde leventje ontzeggen, omdat jij daar meer recht op hebt vanwege je afkomst, je huidskleur, je nationaliteit, je identiteit. Ik stoeide met het idee om de Klaagmuur te gebruiken als  symbool, maar hoe verbeeld je die op een creatieve manier?

Een paar weken geleden zat ik in het restaurant van Eye in Amsterdam Noord koffie te drinken met Jantje Geldof. Jantje was op zijn 16e roadie bij The Dutch. Toen we iemand nodig hebben om het podiumlicht te bedienen stak hij zijn vinger op. Dat was een belangrijk moment in zijn leven. Nu is hij een van de beste lichtontwerpers van Nederland, hij deed het licht bij Wende Snijders, the Analogues en andere top artiesten. Jantje had vanwege de corona ellende geen werk en maakte van de nood een deugd. Hij volgde een fotografie opleiding. Hij had zijn iPad bij zich en liet mij een aantal foto’s zien die hij op straat in Amsterdam had genomen.
Al bladerend door zijn nu al eigenwijze werk stuitte ik op een foto van twee vechtende reigers op de Albert Cuyp. Aan het licht te zien was het aan het schemeren. De markt werd afgebroken, rondom de viskraam lagen stukken plastic, kartonnetjes, restjes kibbeling en staartjes, graten en koppen van haringen en andere vissen. De twee reigers voerden een agressieve dans op rond het visafval. Ik was direct gefascineerd door die foto.

Foto van vechtende reigers, Jantje Geldof
Foto: Jantje Geldof, ‘Birds-3’

Er rijpte een idee. Die reigers stonden symbool voor de stand van het land. Een van de fijnste landen ter wereld, en toch vechten we mekaar continu de tent uit. Altijd maar bekvechten, op straat, op Twitter, op televisie. Die working class ooievaars, Have-nots die elkaar het licht in de ogen niet gunnen, zouden de cover sieren van Enter Sanctuary. Als verbeelding van de bizarre strijd over identiteit, migratie, alternatieve feiten, over alles, die overal is losgebarsten.

Pas dagen later besefte ik dat die foto er om nog een reden was uitgesprongen. Mijn eerste spreekbeurt, de eerste keer dat ik optrad voor publiek, kwam bij me terug in een droom. Toen ik wakker werd voelde ik het klamme zweet weer in mijn nek. Er moet zich toen, in een klaslokaal op de tweede verdieping van de Herman Heijermansschool, een reiger in mijn hoofd hebben genesteld. Nu kwam hij te voorschijn, nek gekromd, snavel open, en kraste tegen de andere: ‘Blijf uit mijn territorium, je hebt hier niks te zoeken. Rot op naar je eiland. Of weet je wat, naar Lima.’

November 2020


Terug naar de blogpagina

Share this on:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.